Lessen
Nu je het noten lezen onder de knie hebt en je weet waar de noten op een chanter zijn te vinden is het tijd om dit in de praktijk te brengen.
We beginnen met de meest voorkomende noten en grepen .
In de eerste les concentreren we ons op de gracenotes D ; E en G.
Omdat een doedelzak maar 1 octaaf heeft kun je de melodie opleuken door tussen de eigenlijke noten extra nootjes te spelen. Deze extra nootjes heten gracenotes, je maakt ze door tijdens het spelen de bewuste vinger snel even op te tillen.
Zo een zelfde techniek passen we toe op een echobeat. De echobeat of strike is eigenlijk een gracenoot tussen twee dezelfde noten, Je speelt deze vaak iets nadrukkelijker door de noot iets langer vast te houden.
In de volgende les komt de throw on D aan bot. De throw is eigenlijk een aaneen geschakelde set gracenotes die voor de eigenlijke noot gespeelt worden. Eigenlijk zijn er twwe soorten, de light throw en de heavy throw. In normale tunes staat altijd de light variant afgebeeld, maar we spelen altijd de heavy throw. De volgorde is eerst een lage G (alle gaten zijn dicht) dan een d gracenoot op de lage G, dan een C die gevolgt wordt door een D. De light variant wordt voornamelijk in piobaireachd gespeeld. Als je deze oefent trek de noot dan eerst uitelkaar en speel de noot sterk vertraagt. Dit moet je eigenlijk bij alle noten en tunes doen die je instudeert. De Birl is een versiering op de lage A. Je speelt dan een A en veegt met je pink over de lage A heen zodat je een bob-bob geluidje hoort. Je kunt ook 2x snel achter elkaar je pink op de lage A laten vallen. Het is prettig om als je deze noten en grepen oefent er een melodietje van te maken, zowel voor jezelf als voor je omgeving.